Wanneer je voelt dat het zo niet meer klopt
Je weet dat dit niet meer het leven is dat je wilt. En toch doe je morgen weer precies hetzelfde.
Niet omdat je het niet ziet. Maar omdat je hoopt dat het zichzelf oplost.
Je zegt tegen jezelf dat het straks anders wordt. Wanneer de druk wat minder is. Wanneer er thuis weer wat ruimte komt. Wanneer het op je werk rustiger wordt. Het klinkt logisch, redelijk zelfs. Alsof je het overzicht hebt en alleen nog even wacht op het juiste moment.
Dus je gaat door.
Je doet wat er moet gebeuren. Je houdt alles draaiend wat al jaren op jouw schouders rust. Je merkt dat het eigenlijk te veel is, maar je laat het ook niet zomaar vallen. Dus schuif je de verandering een stukje naar voren. Niet omdat je het niet weet, maar omdat je denkt dat het nu gewoon nog even niet kan.
En ondertussen schuift de tijd gewoon door.
Hoe een jaar ongemerkt voorbijgaat
Een jaar verdwijnt niet in één klap. Het glipt langzaam tussen je vingers door. Eerst een paar weken waarin het druk is. Daarna een periode waarin je denkt dat het straks rustiger wordt. Daarna een moment waarop je merkt dat je eigenlijk te moe bent om nog iets te veranderen.
Voor je het doorhebt leef je alweer maanden op precies dezelfde manier.
Dezelfde onrust die af en toe naar boven komt wanneer het even stil is. Dezelfde gedachte dat je eigenlijk anders wilt leven. En daarna weer die uitleg aan jezelf waarom het nu nog niet het moment is.
Eerst dit nog afronden. Eerst dat nog regelen. Eerst nog even volhouden. En dan………………….. dan echt, dan ga ik het veranderen. Maar er is altijd nog iets.
En zo schuift er weer tijd voorbij.
Niet omdat je niet weet wat je wilt. Maar omdat het leven dat je nu leidt zo vol zit dat er nauwelijks ruimte overblijft om echt stil te staan bij wat jij nodig hebt.
De plaat met de kras
Als je eerlijk kijkt, lijkt het op een plaat met een kras. De naald komt steeds terug op dezelfde plek. Dezelfde gedachte dat het straks anders wordt. Dezelfde belofte dat je het later echt anders gaat doen.
En ondertussen blijft de plaat draaien.
Je ziet het patroon wel. Je voelt ook dat het niet meer klopt. Alleen gebeurt er daarna niets wat het werkelijk doorbreekt.
Je wacht tot het rustiger wordt. Tot er vanzelf ruimte ontstaat. Tot er een moment komt waarop het logisch voelt om het anders te doen.
Alleen komt dat moment zelden vanzelf.
De vraag die niemand graag stelt
Stel je eens voor dat je over een jaar terugkijkt naar dit moment. Dat je ontdekt dat er weer twaalf maanden voorbij zijn gegaan. Dat je nog steeds hetzelfde leven leidt, met dezelfde vermoeidheid en dezelfde uitleg aan jezelf waarom het nu nog niet kan.
En stel dat er dan niet nog een jaar achteraan komt.
Niet omdat er iets dramatisch gebeurt. Niet omdat iemand dat besluit. Maar omdat dit simpelweg de tijd was die je had om iets te veranderen.
Dan wordt het ineens pijnlijk duidelijk dat je het al lang wist.
Dat er ergens diep van binnen al heel lang een stem zit die zegt dat het anders mag. Dat je ergens onderweg bent gaan leven op een manier die steeds verder van jezelf af kwam te staan.
En toch bleef de plaat draaien.
Niet omdat je zwak bent. Niet omdat je niet sterk genoeg bent. Maar omdat uitstellen soms zo normaal voelt dat je niet eens meer merkt dat je het doet.
Totdat je beseft dat wachten ook een keuze is. Alleen wel één die je stilletjes een stuk van je leven kost.
Misschien is de vraag dus niet of het ooit anders wordt.
Misschien is de echte vraag hoeveel jaren je nog wilt luisteren naar een plaat waarvan je allang weet dat hij vastloopt.