Je zegt dat iedereen op jou leunt. Maar kijk eens eerlijk naar jezelf.

Vrouw staat na het eten alweer de tafel af te ruimen terwijl de rest van het gezin ontspannen blijft zitten.

door Linda Hoitinga

Misschien is niet de ander het probleem

Soms hoor ik vrouwen zeggen dat alles op hen neerkomt. Dat zij degene zijn die overal aan moeten denken. Dat zij het overzicht houden. Dat zij zien wat er moet gebeuren voordat iemand anders het überhaupt heeft opgemerkt. Ze vertellen het vaak met vermoeidheid in hun stem. En begrijp me niet verkeerd. Vaak doen ze ook veel. Maar ergens in het gesprek komt er bijna altijd een moment waarop ik een andere vraag stel.

Niet: “Waarom doet niemand iets?”

Maar: “Waarom doe jij het steeds?”

Dat is meestal het moment waarop het stil wordt.

Je hebt jezelf een plek gegeven die niemand van je vraagt

Veel vrouwen zijn ervan overtuigd dat anderen op hen leunen. Denk aan hun partner, hun kinderen, hun collega’s en hun familie.

Maar wanneer we samen gaan kijken naar wat er werkelijk gebeurt, blijkt vaak iets anders. Niemand heeft gevraagd of jij die afspraak wilde regelen. Niemand heeft gezegd dat jij verantwoordelijk bent voor de sfeer. En niemand heeft bepaald dat jij degene bent die overal aan moet denken.

Dat heb je ooit zelf opgepakt. Misschien bewust, maar meestal onbewust. Want zo heb je het geleerd. Dan gaat het sneller, of omdat je vond dat het anders niet goed kwam. Maar misschien ook omdat je niet wilde dat iemand teleurgesteld zou raken.

Wat de reden ook was, ergens ben jij op die plek gaan staan. En inmiddels voelt die plek zo vanzelfsprekend dat je bijna vergeten bent dat je er ooit zelf bent gaan staan.

Het gaat zelden over de vaatwasser

De meeste discussies gaan aan de oppervlakte over praktische dingen. Wie doet wat in huis, wie neemt initiatief, wie helpt mee. Maar daar gaat het meestal niet echt over, het gaat veel vaker over iets anders. Over de overtuiging dat jij verantwoordelijk bent voor het welzijn van andere mensen. Voor hun gemak, hun humeur. hun problemen, hun teleurstellingen, hun geluk. Moet ik nog even doorgaan?

Het is vooral een zware last om te dragen. Niet omdat het veel werk is, maar omdat het een verantwoordelijkheid is die nooit af is. Er is altijd nog iemand die iets nodig heeft. Altijd nog iets dat aandacht vraagt en altijd nog een reden om jezelf opnieuw uit te stellen.

Het patroon begon waarschijnlijk niet gisteren

Patronen ontstaan niet op je veertigste. Ze ontstaan vaak veel eerder. Misschien groeide je op in een gezin waarin zorgen vanzelfsprekend was. Misschien leerde je dat anderen eerst kwamen. Misschien kreeg je waardering wanneer je behulpzaam was. Misschien voelde je al jong aan wat anderen nodig hadden. Wat ooit een kwaliteit was, kan later een valkuil worden. Omdat je nooit hebt geleerd waar jouw verantwoordelijkheid ophoudt en die van een ander begint. Daardoor voelt loslaten niet als een praktische keuze, maar het voelt alsof je iets doet wat niet mag. Alsof je iemand tekortdoet, of omdat je egoïstisch bent. Terwijl je in werkelijkheid alleen stopt met dragen wat nooit van jou is geweest.

Waarom verandering zo moeilijk voelt

Veel vrouwen weten precies wat ze anders zouden willen. Ze weten dat ze meer ruimte voor zichzelf nodig hebben, ze weten dat ze niet overal verantwoordelijk voor zijn en ze weten dat ze minder moeten trekken en sleuren. Maar weten en doen zijn twee verschillende dingen.

Want zodra je stopt met overnemen, raak je iets kwijt wat jarenlang onderdeel van je identiteit is geweest. De vrouw die altijd klaarstaat, de vrouw die het oplost, de vrouw die alles bij elkaar houdt.

En als die rol wegvalt, blijft er een ongemakkelijke vraag over. Wie ben jij als je niet meer degene bent die iedereen nodig heeft? Dat is vaak de echte vraag.

Niet hoe je meer tijd voor jezelf krijgt, niet hoe je minder gaat doen, maar wie je bent zonder de rol die je jarenlang heeft bepaald.

Misschien hoef je niet minder te doen

Misschien hoef je vooral alleen maar eerlijker te kijken. Niet naar wat anderen laten liggen, maar naar wat jij telkens oppakt. Niet naar wie er op jou leunt, maar naar de plek waar jij jezelf onmisbaar hebt gemaakt.

Want pas wanneer je dat durft te zien, ontstaat er ruimte voor iets anders. Ruimte om te ontdekken dat de wereld niet instort als jij een stap terug doet. En dat jouw waarde nooit heeft gezeten in hoeveel je draagt, maar in wie je bent.

Tijd voor een eerlijke vraag

Als je morgen stopt met overal tussen te springen, wat blijft er dan van jou over?

Dat is meestal de vraag waar het werkelijk over gaat.

Deel dit blog:

Gerelateerde blogs