Je komt thuis na een lange werkdag. Terwijl je je tas nog op je schouder hebt hangen, loop je de keuken in en zie je dat de vaatwasser klaar is. Zonder erbij na te denken trek je de deur open en begin je hem uit te ruimen. Niet omdat iemand je daarom heeft gevraagd. Ook niet omdat niemand anders het kan. Je zag dat het moest gebeuren en dus deed je het.
Misschien herken je het wel. Terwijl je daarmee bezig bent, zie je de post op het aanrecht liggen. Je legt hem alvast op een stapeltje. Vervolgens valt je oog op de plant die water nodig heeft en voor je het weet ben je alweer met drie dingen tegelijk bezig. Pas als je eindelijk op de bank zit, besef je dat je nog niet eens rustig bent binnengekomen.
Waarschijnlijk denk je daar helemaal niets van. Zo gaat dat toch? Iemand moet het doen. En als jij het ziet, waarom zou je dan wachten?
Maar precies daar begint iets waar de meeste vrouwen zich nauwelijks bewust van zijn.
Het voelt alsof je een keuze maakt
Niet alleen thuis gebeurt dit. Op je werk gaat het vaak precies hetzelfde.
Je ziet dat een collega iets vergeet en voordat je er erg in hebt, heb je het zelf al geregeld. Er komt een mail binnen waarvan je denkt dat hij vandaag nog beantwoord moet worden. Je plant alvast die afspraak, lost dat probleem op en neemt nog even dat telefoontje aan, omdat je weet dat het anders blijft liggen.
Aan het einde van de dag zeg je misschien wel tegen jezelf dat je niet begrijpt waarom jij het altijd zo druk hebt.
Het bijzondere is dat je waarschijnlijk oprecht denkt dat je al die dingen bewust hebt gekozen. Dat je gewoon iemand bent die graag aanpakt, verantwoordelijkheid neemt en dingen niet laat liggen.
Maar is dat eigenlijk wel zo?
Of gebeurt het allemaal al voordat je er echt over hebt nagedacht?
Je kiest minder bewust dan je denkt
De vrouwen die ik begeleid, zijn slimme vrouwen. Ze weten heel goed wat ze belangrijk vinden. Ze kunnen vaak feilloos vertellen dat ze meer rust willen, meer tijd voor zichzelf willen maken en minder willen rennen. Ze weten ook dat ze niet overal verantwoordelijk voor zijn.
En toch doen ze het. Niet één keer, niet af en toe, maar iedere dag opnieuw.
Niet omdat ze daar ’s morgens bewust voor kiezen, maar omdat hun automatische piloot allang is vertrokken voordat hun bewuste brein de kans krijgt om iets anders te besluiten.
Dat klinkt misschien vreemd, maar denk eens aan autorijden. De eerste rijles was je met alles tegelijk bezig. Je dacht na over de koppeling, de versnelling, je spiegels en het verkeer. Nu stap je in de auto en ben je soms al bijna op je bestemming voordat je je realiseert hoe je daar bent gekomen.
Zo werken patronen ook.
Gedrag dat je jarenlang hebt herhaald, kost nauwelijks nog aandacht. Je doet het zonder dat je er bewust een besluit over neemt.
Daarom lukt veranderen zo vaak niet
Veel vrouwen denken dat ze vaker nee moeten leren zeggen. Of dat ze beter hun grenzen moeten bewaken. Dat klinkt logisch, maar volgens mij zit daar niet de kern.
Want als jij de vaatwasser al staat uit te ruimen voordat je jezelf hebt afgevraagd of jij dat op dit moment eigenlijk wel wilt doen, wanneer moet dat ‘nee’ dan nog komen?
Je bent al in beweging, je hebt die mail al verstuurd, je hebt dat probleem alweer opgelost, je hebt die afspraak al ingepland.
Niet omdat je zwak bent. Ook niet omdat je geen grenzen hebt. Je doet wat je al jaren gewend bent om te doen. Je brein kiest voor de bekende route, omdat die het minste energie kost.
Dat is precies waarom zoveel goede voornemens stranden. Niet omdat je onvoldoende gemotiveerd bent, maar omdat je probeert gedrag te veranderen dat al automatisch is geworden.
De echte verandering begint veel eerder
Veranderen begint niet op het moment dat je nee zegt. Veranderen begint op het moment dat je jezelf betrapt.
Dat je halverwege de keuken ineens denkt: “Waarom ben ik eigenlijk alweer degene die dit staat te doen?”
Of dat je je hand boven je toetsenbord voelt hangen en jezelf afvraagt: “Heeft iemand mij gevraagd om dit op te lossen, of heb ik dat zelf alweer bedacht?”
Dat lijken misschien kleine momenten, maar juist daar ontstaat ruimte.
Ruimte om jezelf een andere vraag te stellen.
Niet: Kan ik dit?
Maar: Wil ik dit eigenlijk wel?
Dat is een wezenlijk verschil.
Want zolang je jezelf die vraag niet stelt, blijf je denken dat je bewust kiest. Terwijl je in werkelijkheid vooral doet wat je altijd al deed.
Oude patronen voelen veilig
Dat maakt patronen ook zo verraderlijk. Ze voelen niet verkeerd, ze voelen vertrouwd.
Misschien heb je als kind al geleerd dat je behulpzaam moest zijn. Misschien kreeg je waardering omdat je verantwoordelijkheid nam of omdat je altijd klaarstond voor anderen. Dat zijn op zichzelf mooie eigenschappen, maar als je nooit hebt geleerd om af en toe stil te staan bij wat jij zelf nodig hebt, wordt zorgen voor anderen uiteindelijk je standaard.
Dan voelt het zelfs ongemakkelijk om iets niet te doen. En juist daarom is veranderen zo moeilijk. Niet omdat je niet weet wat je wilt, maar omdat je oude patroon sneller is dan jouw bewuste keuze.
Stel jezelf vandaag eens één vraag
De volgende keer dat je automatisch opstaat om iets op te lossen, iemand te helpen of weer iets van een ander overneemt, probeer dan niet meteen ander gedrag te laten zien.
Sta eerst eens stil.
Vraag jezelf af: maak ik nu echt een bewuste keuze, of doe ik weer wat ik altijd doe?
Misschien ontdek je dat je veel minder bewust kiest dan je dacht. En misschien is dat wel het mooiste inzicht dat je vandaag kunt krijgen. Want op het moment dat je ziet dat je automatische piloot het weer van je heeft overgenomen, ontstaat er iets wat er daarvoor niet was.
Eén keuze.
Eén échte keuze.
En daar begint iedere verandering.